| |
Intro

Op zondagmiddag 2 november 2008 stelde ds. Klaas Hendrikse, bekend van het boek ’Geloven in een God die niet bestaat’, aan de aanwezigen de vraag: Wie gelooft in het bestaan van God? Daarna stelde hij de vraag: Wie gelooft er niet in het bestaan van God?
Zowel bij de eerste als bij de tweede vraag heb ik mijn hand niet opgestoken. In dit hoofdstuk zal duidelijk worden waarom het moeilijk is een antwoord te geven op die vragen. Ook zal duidelijk worden waarom in dit boek de meeste pagina’s besteed zijn aan het mysterie van de religie.
Centraal in dit hoofdstuk staat een manier van tegen het geloof aankijken die ik basalisme heb genoemd. Bij het basalisme hanteert men een bepaalde methode om vast te stellen wat men minimaal (=basaal) gelooft. Geloof is niet iets dat van hogerhand kan worden voorgeschreven. God en Jezus hebben immers zelf nooit een boek geschreven. Bovendien gaan we er vanuit dat veel van wat men op aarde zegt over daar boven eigenlijk van hier beneden komt. Veel mensen kennen ook de twijfe
l: houden we onszelf niet voor de gek? Dit hoofdstuk is het grootste uit het boek omdat het aanhangen van een geloof een mysterie is. Maar de vraag is wat geloof je dan precies? Zijn dat nageprate woorden uit vervlogen tijden of durf je op zoek te gaan naar de essentie van het geloof en ballast overboord te gooien. Is het niet dwaas om in iets te geloven dat niet te bewijzen valt? Bij het basalisme staat het blijvend zoeken centraal. Vragen stellen over het geloof betekent vaak dat je ook anders, genuanceerder of relativerender over dingen gaat denken. Voor sommige mensen is dat angstig. Het basalisme helpt om de geloofszekerheden te heroverwegen. Daarnaast komen in dit hoofdstuk nog veel andere vraagstukken aan de orde zoals:
-Het vraagstuk van de theodicee, nl. de spanning die er is tussen het idee van de almachtige God en het leed in de wereld.
-De rol van God bij het ontstaan van de kosmos.
-Het ontstaan van de Bijbel en het gezag van de Bijbel.
-Het ontstaan van het geloof.
-De betekenis van Jezus.
-De rol van de zonde binnen de religie.
-Het plaatsvervangend lijden en de opstanding.
-Het godsbeeld.
Over al deze thema's hebben ik een positie ingenomen die basaal van karakter is, maar die niet tot doel heeft de lezer te overtuigen, maar de lezer te helpen zelf een visie te ontwikkelen.
Dat laatste is het algemene doel van het boek. Dat betekent dat er ook per hoofdstuk discussievragen zijn geformuleerd.
In deze paragraaf op deze website is het bijna onmogelijk om verantwoord inhouden van het mysterie religie weer te geven omdat dat al gauw ongenuanceerd en kort-door-de bocht overkomt. Een voorbeeld: als ik stel dat de Bijbel niet het woord van God is, maar het woord over God, dan kan die stelling allerlei misverstanden oproepen. Het voordeel van een boek is dat je de ruimte kunt nemen zo'n uitgangspunt op te bouwen en in te vullen. Dan kan nog later blijken dat er een aanvullende mondelinge toelichting nodig is.
Aan de andere kant kan dit hoofdstuk ook leeg overkomen als ik geen stelling neem, terwijl dat ik het boek wel duidelijk doe. Op het gevaar af dat er misverstanden ontstaan zal ik enkele stellingen weergegeven. In het boek heb ik die visies opgebouwd en gevuld.
Enkele stellingen:
- Er is geen sprake van dat God almachtig is. Wie heeft dat bedacht? God is van het geloof en niet van de natuur, niet van de natuurrampen en ook niet van de schepping. We moeten leven met een god met beperkingen.
- Jezus zegt nergens dat hij de zoon van God is. In de bijbel gaat het over de mensenzoon.
- We hebben een naam en een verhaal. Als je weet hoe de Bijbel is ontstaan, dan weet je dat het geen journalistiek ooggetuigeverslag is. Die visie zegt iets over het gezag van de Bijbel.
- Gelovigen moeten leren omgaan met het gegeven dat veel in ons leven berust op toeval en dat er geen bedoeling achter zit.
- Het feit dat veel mensen geen kerkdiensten meer bezoeken heeft o.a. te maken met het feit dat de liturgie niet meer past bij de geloofsbeleving van die mensen. Er zullen nieuwe woorden gezocht moeten worden.
- Het geloof moet geloofwaardig zijn.
Negatieve en positieve theologie
Ik ontkom er niet helemaal aan om negatieve theologie te bedrijven in de zin van het aangeven wat ik allemaal niet geloof. Het hoofddoel van het boek zijn echter de 7 postulaten waarin ik formuleer wat ik wel geloof. Als je alleen aan kunt geven wat je niet gelooft dan ben je niet gelovig en daar zou ik geen boek over schrijven.
Al eerder gezegd
In de vakliteratuur kom je theologen en filosofen tegen die stellen dat veel van mijn discussie vroeger ook al behandeld zin. Dat is waar. In de kerkgeschiedenis kwam ik Arius (256-336) tegen die het idee verwierp dat Jezus ook god was. Veel is ook al door Spinoza (1632-1677) geformuleerd. Het hoofdstuk over religie moet dan ook beschouwd worden als een document van iemand die zich over al die gedacht zelf een mening wil vormen, ook al is het eerder doordacht. Die zoektocht kunt u lezen. Dat betekent dat ik soms radicale keuzen heb gemaakt en geprobeerd heb consequenter te zijn. Voor mijzelf zat het nieuwe ook in zaken als:
-de visie op de God met beperkingen
-het doordenken van de gedachte dat we (niet veel meer dan) een verhaal hebben en een naam
-de betekenisverandering van de paasgedachte
-de relativering van het godsdienstig zondebesef
-de verwerping van de gedacht dat God de big-bang in gang heeft gezet
-zonder relatie is er geen sprake van religie
-zonder religieuze beleving is er geen sprake van religie
-de mogelijkheid om zeven postulaten te formuleren die op een positieve manier het basale van de religie aangeven
-zie verder het boek Zeven mysteries
Het proces
Het boek Zeven mysteries, dus niet alleen het hoofdstuk over religie, is het verslag van een denkproces dat niet af is. Dat heb ik ook gemerkt tijdens discussies over het boek. In gesprek met andere komen er nieuwe vragen op mij af, waar ik dan ook weer een mening over ontwikkel. In die zin is dit boek aan aanzet tot meningvorming.
|
|
| | |